Oost IJsland: Fjorden, fjorden en nog meer fjorden

Het dunbevolkte oosten van IJsland wordt gekenmerkt door diepe fjorden en steile, ruige bergen. Reizen jullie mee?

Oost IJsland kent in vergelijking met het zuiden een stuk minder bezienswaardigheden, het is de reisroute zelf die dit gebied de moeite waard maakt. In dit artikel beschrijven we het oosten van IJsland. We reizen van Höfn tot Egilsstaðir. Deze afstand (300 kilometer in ons geval) is in 1 dag af te leggen. Mocht je een lange wandeling willen maken in dit gebied, dan dien je hier uiteraard wel een extra dag voor uit te trekken.

Na een lange dag reizen door het zuiden van IJsland, brachten we de nacht door in Hafnarnes, een guesthouse net buiten Höfn. In dit deel van IJsland zijn er weinig tot geen plaatsjes waar overnachtingsplekken te vinden zijn. De meeste reizigers overnachten daarom in Höfn (of omgeving) voordat ze doorrijden naar het oosten van IJsland. Höfn (je spreekt het uit als Hub) is een kleine vissersplaats in het zuiden van IJsland. Het plaatsje ligt een paar kilometer van de ringweg af. Of je rijdt vanaf hier terug naar Reykjavik, of je blijft de ringweg N1 volgen. Een andere optie is er niet.

Oost IJsland: de reisroute

Om vanuit Höfn in Egilsstaðir te komen, heb je onderweg een aantal keuzes te maken. Volg je in oost IJsland de ringweg N1? Dan rij je slechts langs een paar fjorden voordat je het binnenland insteekt. Je krijgt vervolgens een flinke bergpas voor je kiezen. Een andere mogelijkheid is dat je weg 96 & 92 volgt. Deze wegen leiden je verder langs de fjorden zonder dat er flink geklommen hoeft te worden. Wij kozen voor dit laatste. We waren in oost IJsland voor de fjorden, dus bleven we de kustweg zo lang als mogelijk volgen. Dit hield in dat we bij Berufjörður de ringweg verlieten en weg 96 namen naar Fáskrúðsfjörður.

We hadden het grootste deel van de dag helder weer. Mazzel, want kan hier flink mistig zijn en dat kom het uitzicht natuurlijk niet ten goede. Onderweg hebben we veel schapen en een aantal kuddes rendieren gezien.

In het oosten van IJsland kun je kuddes rendieren zien. er leven in dit gebied ten noordoosten van de Vatnajökull zo’n 3000 rendieren. De dieren zijn eind 18e eeuw voor de landbouw vanuit Noorwegen gehaald.

Als je in Fáskrúðsfjörður bent, kun je via een tunnel naar Reyðarfjörður. In 2005 is deze 5,9 kilometer lange tunnel geopend. De tunnel scheelt heel wat kilometers rijden. Als je via de ‘oude’ weg langs het fjort van Fáskrúðsfjörður naar Reyðarfjörður rijdt, moet je een afstand van zo’n 60 kilometer overbruggen. Dankzij de tunnel is dit verkort tot 15 kilometer. Voor ons niet interessant, wij zijn hier om wat te zien dus namen we de toeristische route (weg 955). Dit kost je dik drie kwartier extra, maar onderweg wordt je beloond met mooie uitzichten. Van Reyðarfjörður namen we de kortste weg (wegnummer 92) naar Egilsstaðir. Verder rijden langs de fjorden kan namelijk niet. De weg loopt niet verder rond, je zult aan het eind van de weg moeten keren.

Inmiddels was de lucht langzaam maar zeker dicht gezakt. Vlak voor Egilsstaðir begon het te regenen. Het is een troosteloze blik, een stadje van nog geen 2500 inwoners. Toch is dit de grootste stad in oost IJsland. We verbleven hier 1 nacht in het Laufás Guesthouse. Een heerlijk onderkomen.

Bezienswaardigheden in oost IJsland: De oostelijke fjorden

De bezienswaardigheden in oost IJsland bestaat voornamelijk uit de reisroute zelf. De oostkust van IJsland bestaat zoals gezegd uit een groot aantal fjorden. De oostelijke fjorden zijn van elkaar gescheiden door steile, hoge bergketens. Je bent hier ver weg van de bewoonde wereld. Het is heerlijk rijden door niemandsland. Plaatsjes kom je nauwelijks tegen. Voor de weinige mensen die hier wonen, is de visvangst het belangrijkste middel van bestaan. Onderweg wordt je beloond met mooie uitzichten. Toch zijn het niet alleen de fjorden waar oost IJsland bekend om staat. Het oosten van IJsland kent ook een aantal plaatsen waar grote hoeveelheden vogels te vinden zijn.

Papegaaiduikers spotten

In en rond Egilsstaðir is niet heel veel te beleven. De landschappen zijn hier woest en leeg. Dit is indrukwekkend, maar je zult wel de auto moeten pakken en gaan rondrijden, bijvoorbeeld naar het vissersplaatsje Borgarfjörður. 5 Kilometer voorbij dit plaatsje ligt Hafnarhólmar, een vogelrots waar papegaaiduikers te vinden zijn. Op deze plek hebben de papegaaiduikers hun nesten in de holtes van de rots. De Puffins (zoals ze ook worden genoemd), zijn te bekijken vanaf een aantal platforms. Tussen april en september zijn hier sowieso papegaaiduikers te vinden.

Let op: het kan zijn dat de vogelrots in de maand mei voor een deel wordt afgesloten in verband met het broedseizoen. Wij waren eind mei bij de vogelrots, toen was alles vrij toegankelijk.

Vanaf Egilsstaðir is het ruim een uur (je kunt rustig rekenen op 1.5 uur) om in Borgarfjörður te geraken. Het navigeren is simpel: je blijft weg 94 gewoon volgen tot het einde. Eenmaal in Borgarfjörður wijzen de bordjes je de weg naar de vogelrots. De afstand is 70 kilometer (enkele reis). Een groot deel van de weg is gravel, wat op zich prima rijdt. Vlak voor het dorpje Borgarfjörður moet je een bergpas over. Ook dit is een gravelweg. Kijk voor de staat van de weg vooraf op de website www.road.is. Hier kun je met behulp van webcams zien hoe de weg er bij ligt en of de weg überhaupt geopend is. . Sneeuw blijft op deze hoogte langer liggen en dit kan de gravelweg wat glibberig maken. Afgronden zijn er overigens niet.

Tip: als je vanuit Höfn langs de fjorden naar Egilsstaði rijdt (en dus niet de kortste weg neemt), dan is het bijna niet te doen om gelijk door te rijden naar de vogelrots in Borgarfjörður eystri. Dit kun je het beste de volgende ochtend vroeg doen. De reisdag wordt anders wel erg lang.

We parkeerden de auto in het haventje van Borgarfjörður op een kleine parkeerplaats vlakbij de vogelrots. We zagen de papegaaiduikers gelijk al rondom de rots vliegen. Het is een prachtig gezicht hoe deze (best kleine) vogels in de lucht hysterisch klapperen met hun vleugeltjes. Het liefst dobberen ze lekker op de golven in zee.

Wij bezochten de vogelrots ’s morgens nadat we in Egilsstaði overnacht hadden. Rond de middag waren we terug in Egilsstaði, toen moesten we nog via de Dettifoss waterval naar het meer van Myvatn rijden. Ook nog een flinke tocht, ga ’s morgens dus vroeg op pad als je papegaaiduikers wilt spotten in Borgarfjörður!

Tip: wil je meer weten over de papegaaiduikers in Borgarfjörður? Lees dan onze blogpost:IJsland – de beste plek voor het spotten van Papegaaiduikers

Leave a Comment