Rondreis door IJsland – Highlights per regio: Bezienswaardigheden in Zuid IJsland

Aan de hand van het reisverslag van onze rondreis door IJsland nemen we je mee naar de mooiste plekken van dit land. In dit artikel staat zuid IJsland centraal.

In het zuiden van IJsland kom je de meest afwisselende landschappen tegen. Om de paar minuten veranderd het landschap: groene valleien, kale maanlandschappen, met mos begroeide lavavelden, watervallen, canyons, gletsjers; je ziet het allemaal in het zuiden van IJsland. Plaatsjes kom je hier, net als op de rest van IJsland nauwelijks tegen. Je bent hier alleen te midden van de woeste natuur. De bekendste plekken van zuid IJsland zijn onder andere Jökulsárlón, het Nationaal Park Skaftafell, Dyrhólaey (broedplaats voor papegaai duikers), Seljalandsfoss en de Skógafoss.

Zuid IJsland: reisroute

Wat betreft de reisroute door IJsland heb je weinig keus. Er is maar 1 weg en deze dien je te volgen. Je kunt of linksom, of rechtsom een rondje rijden over IJsland. Een andere keus is er niet (of je moet met een 4×4 auto tijdens de zomermaanden het binnenland doorkruisen). Wij vertrokken vanaf het vliegveld van Keflavik in oostelijke richting. Het zuiden van IJsland was het eerste wat we van het land te zien kregen.

Opmerking: alle bezienswaardigheden die we hier beschrijven liggen naast of vlakbij de ringweg N1 en zijn toegankelijk met een normale personenauto. Hier en daar is de weg onverhard, een 4×4 auto is echter niet nodig.

Schiereiland Reykjanes: Blue Lagoon

Tussen de met mos bedekte lavavelden reden we over het schiereiland Reykjanes in de richting van Grindavik. Vlak langs deze weg bevindt zich wellicht de bekendste bezienswaardigheid van heel IJsland: de Blue Lagoon. Dit is de enige plek op IJsland waar het druk is met touringcars. Het lijkt wel of iedereen een bezoek brengt aan dit geometrische bad.

De Blue Lagoon is, in tegenstelling zoals het misschien lijkt, geen natuurverschijnsel. De Blue Lagoon is een meer, aangelegd in een lavaveld en gevuld met warm water dat afkomstig is van het nabijgelegen Svartsengi Power Station. Deze geothermische energiecentrale pompt water op uit 1800 meter diepe heetwaterbronnen. In eerste instantie wordt dit hete water gebruikt voor de opwekking van warmte en elektriciteit. De restwarmte wordt gebruikt om de Blue Lagoon te verwarmen. Het water heeft een melkachtige, lichtblauwe kleur dankzij de hoge temperatuur, waardoor mineralen en sulfer in het water opgewarmd worden en op de bodem van het meer een witte afzetting veroorzaken.

Wij hebben niet in de Blue Lagoon gebadderd, of het wel of geen aanrader is, kunnen we dus niet uit eigen ervaring zeggen. De omgeving is er prachtig, we maakten een wandeling langs de meertjes in de omgeving van de Blue Lagoon. Het melkachtige blauwe water steekt prachtig af tegen de grillige donkere lavavelden. Het water lijkt wel op een soort van wasverzachter. Alleen de geur is anders: het komt meer in de buurt van rotte eieren dan zoete aroma’s.

We reden aan het eind van de dag via de wegen 427 en 34 naar Selfoss. Een wereldstad, voor IJslandse begrippen.

Selfoss: uitvalbasis voor de Golden Circle

Selfoss is naar Nederlandse maatstaven niet meer dan een klein plaatsje. Het is (net als Reykjavik) een ideaal begin en/of eindpunt van de Golden Circle.

De Golden Circle is een route die de drie bekendste hoogtepunten van IJsland met elkaar verbindt. Afhankelijk van je beginpunt, bezoek je Þingvellir (nationaal park), Gullfoss (waterval) en Geysir (geothermisch gebied). Al deze natuurverschijnselen liggen op relatief korte afstand van Reykjavik. Je kunt de Golden Circle zelf rijden, maar er zijn ook mogelijkheden genoeg om de rondrit in georganiseerd groepsverband te maken.

Meer informatie over het zelf rijden van de Golden Circle is te lezen in onze eerder geschreven blogpost: IJsland Golden Circle – Þingvellir Geysir & Gullfoss.

Watervallen en gletsjers

Een dag nadat we de Golden Circle reden, was het tijd om Selffoss achter ons te laten en verder te rijden. Einddoel van de dag: Kirkjubaejarklaustur. Deze 200 kilometer kun je in 2.5 uur overbruggen, maar trek er in de praktijk een lange dag voor uit!

De reisdag begon vroeg voor ons. Om 7 uur snel de spullen inpakken en daarna op naar de supermarkt. Een stokbrood en een pot jam en een paar koekjes. Daar komen we de dag wel mee door.

Gluggafoss

We verlieten de ringweg bij het plaatsje Hvolsvöllur en namen de  afslag naar wegnummer 261. De linkerkant van de weg wordt hier geflankeerd door een bergrug, aan de rechterkant van de weg heb je een weids uitzicht. In de verte voor ons doemt zich een gebergte op. Na zo’n 15 kilometer bereikten we de Gluggafoss.

De Gluggafoss is een 53 meter hoge waterval. Het water stort in een smalle stroom van een klif naar beneden. Vervolgens spreidt het water zich uit en valt het in meerdere stromen verder omlaag.

De vorige bezoekers stonden op het punt om te vertrekken bij de waterval. We hadden hier het rijk alleen. Hoe gaaf is dat, doodse stilte, een prachtig groen landschap waar schaapjes aan het grazen zijn, zwarte rotsen, een waterval en dat alles onder een strak blauwe lucht.

Let op: rij na de waterval niet rechtdoor. Weg 261 gaat hier over in de F261 en deze weg is niet toegankelijk voor normale personenauto’s. Daarom namen we de afslag naar weg 250. Dit is voor een groot deel een gravelweg. Het was voor ons het eerste lange stuk dat we op gravel reden. Het eerste stukje reden we erg voorzichtig. Het geluid van de opspattende steentjes tegen de bodemplaat van onze splinternieuwe Toyoto Yaris deed zeer aan de oren. Maar ook dat went, en na een paar kilometer ging het gas erop. Vrolijk hobbelend bereikten we de ringweg.

Seljalandsfoss

Na een paar kilometer zien we het volgende natuurverschijnsel al. Weer is het een waterval, en wat voor één. Het is de Seljalandsfoss, één van de beroemdste watervallen van IJsland. Het bijzondere is dat je achter deze waterval langs kunt lopen. Hoe vet is dat! Het wandelpad is glibberig en een regenjas is geen overbodige luxe. Het water valt met een hoop kabaal naar beneden. Bij zonnig weer is er een mooie regenboog te zien.

De Seljalandsfoss is 60 meter hoog. Achter de waterval is een holte ontstaan waardoor je achter het vallende water langs kunt lopen. De waterval is vanaf de ringweg te zien.

Op deze plek zagen we voor het eerst de bus van Time Tours. Een groep Aziaten die, gewapend met de grootste camera’s, in een rap tempo de waterval van alle mogelijke hoeken op de foto probeerden te zetten. Gewapend met grote statieven liepen ze over het glibberige pad achter de waterval langs. De touwtjes die het wandelpad markeerden, deden er niet toe. DE perfecte foto moest worden gemaakt. We vinden het altijd fantastisch om te zien. Een groep enthousiaste Aziaten. De komende dagen (zelfs tot aan Reykjavik) kwamen we deze reisgroep nog regelmatig tegen en ze bezorgden ons elke keer weer een glimlach op het gezicht.

Vlak na de Seljalandsfoss, slingert de ringweg zich om de Eyjafjallajökull. Op de voorgrond ligt een prachtige boerderij met een fel rood dak. Dit geeft een mooi contrast met het groene weiland en de met sneeuw bedekte vulkaan. De naam van deze vulkaan kwam in 2010 veelvuldig in het nieuws vanwege een grote uitbarsting waarbij het vliegverkeer in heel Europa ernstig werd ontregeld. Langs de kant van de weg bij de oprijlaan naar een boerderij staan informatieborden. Hier zijn ook foto’s te zien van de uitbraak van de vulkaan.

Skógafoss

Een paar kilometer verder parkeerden we de auto wederom aan de kant. Ditmaal voor de Skógafoss, een 60 meter hoge waterval. Je hoeft niet bang te zijn dat de watervallen je beginnen te vervelen. Elke waterval is anders en spectaculair op haar eigen manier. We hadden geluk dat vandaag het zonnetje scheen. Er was een prachtige regenboog zichtbaar in de waterval.

Ook de Skógafoss is vanaf de ringweg te zien. Deze waterval is meer ‘rechttoe rechtaan’: het water valt in een brede stroom vanaf een klim naar beneden in een breed, ondiep riviertje. Bij zonnig weer zie je een prachtige regenboog. Naast de waterval leidt een trap je naar de top van de klif.

Sólheimajökull

Vanwege tijdgebrek besloten we de trap niet te beklimmen. We wilden namelijk de Sólheimajökull bezoeken, een uitloper van de Mýrdalsjökull, de op 4 na grootste gletsjer van IJsland. Het is één van de meest toegankelijke van het land. De afslag (weg 221) naar de voet van deze gletsjer ligt op nog geen 10 kilometer afstand van de Skógafoss. De zijweg is onlangs geasfalteerd. Vanaf de parkeerplaats volgden we de bordjes. Het uitzicht op de gletsjer is schitterend. We volgden het wandelpad tot aan de voet van de gletsjer. Je kunt het ijs bijna aanraken. Nooit eerder stonden we er zo dicht bij. Wat voelden we ons klein bij deze enorme ijsmassa.

Onder de Mýrdalsjökull (waarvan de Sólheimajökull een uitloper is) zorgt de Kalta vulkaan voor vulkanische activiteit. De Kalta is een actieve vulkaan die eens in de 40 tot 80 jaar uitbarst. De Kalta ligt onder de gletsjer waardoor een uitbarsting met een grote vloedgolf gepaard gaat.

Voor heel zuid IJsland geldt dat om de paar minuten het landschap veranderd. Je waant je hier ver weg van de bewoonde wereld. De plaatsjes die je passeert, bestaan uit enkele straatjes met een lokaal winkeltje en een tankstation. Vík is het eerstvolgende plaatsje. Meer dan een paar honderd mensen wonen er niet.

Dyrhólaey

Voordat je bij het plaatsje Vík arriveert, kom je langs Dyrhólaey. Dit is een 120 meter hoge kaap in het zuiden van IJsland. Om hier te komen, neem je vanaf de ringweg de afslag naar weg 218. Aan het eind van deze weg is een parkeerplaats. Het is een klein stukje lopen naar de klif.

Dyrhólaey is bekend vanwege de prachtige rotspartijen en kliffen. Het is ook een perfecte broedplek voor diverse vogelsoorten, waaronder de papegaaiduiker (puffin). Tussen mei en augustus leeft hier een kolonie van papegaaiduikers. De puffins broeden in de holen van de kliffen hun eieren uit en brengen hun jongen groot alvorens ze terug gaan naar zee om daar te overwinteren.

Papegaaiduikers (ook wel Lundi of puffins genoemd) zijn zeevogels. Er zijn op IJsland een paar plekken waar je papegaaiduikers kunt spotten. Wil je hier meer over weten? lees dan onze blogpost ‘IJsland – de beste plek voor het spotten van Papegaaiduikers‘.

Op Dyrhólaey heeft de wind vrij spel. En dat is te merken. De wind gierde ons om de benen en het het zeewater kletste diep beneden ons tegen de rotsen. We hadden gelijk geluk, een papegaaiduiker landde niet ver van ons in het gras. Wat een leuke beestjes! Ze zien er aandoenlijk uit. In de lucht klapperen ze hysterisch met hun kleine vleugels. Ze scheren met hoge snelheid door de lucht en landen telkens net op tijd op de rotspunten.

Let op: tijdens het broedseizoen (mei) kan het zijn dat de omgeving van de vogelrots is afgesloten.

Zwarte stranden

Dyrhólaey is niet alleen vanwege de papegaaiduikers de moeite van het bezoeken waard. Je hebt hier ook prachtige zwarte stranden. Het is een vreemd gezicht, een gitzwart strand dat overspoelt wordt door golven met witte schuimkoppen. We liepen over de kiezeltjes naar Reynisdrangar. Dit zijn meer dan 60 meter hoge basaltzuilen. De zeshoekige kolommen lijken onmogelijk te zijn gemaakt door de natuur. Toch is hier geen mensenhand aan te pas gekomen.

Voor ons was het hierna tijd om te overnachten. Dit betekende wel dat we de Fjadrargljufur (Canyon) links lieten liggen. We sliepen in het Hörgsland Guesthouse in Kirkjubaejarklaustur. Een vrij redelijke plek om te overnachten. De volgende dag reden we een stukje terug om alsnog de canyon te bezoeken.

Fjadrargljufur

De Fjadrargljufur ligt aan een zijweggetje (het binnenland in) van de ringweg N1. Het is een gravelweg, maar ook voor personenauto’s prima begaanbaar.

De Fjaðrárgljúfur is een groene kloof. De kloof is ongeveer 100 meter diep en 2 kilometer lang. De breedte is wisselend. Dwars door de kloof stroomt de ondiepe rivier Fjaðrá.


De auto kan worden geparkeerd op een parkeerplaats (open stuk veld). Er is een toiletgebouwtje aanwezig. Vanaf de parkeerplaats is het een klein stukje lopen (omhoog) tot aan het beginpunt van de kloof. Een wandelpad leidt je langs de kloof. Onderweg heb je een fantastisch uitzicht. De kloof is 2 kilometer lang. De heen en terugweg leiden je over hetzelfde pad. We hadden vandaag weer een lange dag voor de boeg, we hebben daarom niet het hele pad gevolgd.

Tip: vergeet ook niet naar beneden te lopen bij de parkeerplaats. Het uitzicht vanaf de bodem van de kloof is ook erg bijzonder.

Ons volgende reisdoel van vandaag was het Nationaal Park Skaftafell. De weg gaat door een enorme spoelzandvlakte. Deze vlakte is ontstaan (en wordt in standgehouden) door een vulkaanuitbarsting onder de gletsjer. Hierdoor wordt een enorme hoeveelheid water en puin met groot geweld richting zee gespoeld. Onderweg wordt alles wat op het pad ligt verwoest. Met behulp van lange strekdammen is men in staat geweest om bruggen te bouwen die bestand moeten zijn tegen deze waterstromen. De bruggen zijn hier smal, halverwege is een passeerhaven waar tegemoetkomend verkeer kan passeren. Op de parkeerplaats onderweg staan informatieborden over de spoelzandvlaktes.

Nationaal Park Vatnajökull

Het Nationale Park Vatnajökull beslaat maar liefst 11% van heel IJsland. Het is daarmee het grootste Nationale Park van Europa. In het park ligt de Vatnajökull gletsjer. Dit is de grootste gletsjer van Europa. Op sommige plekken is de ijslaag meer dan 900 meter dik.

In het Nationaal Park Vatnajökull zijn diverse activiteiten te doen. Je kunt er heerlijk wandelen (er zijn wandelroutes uitgestippeld), je kunt met sneeuwscooters rijden, huskytochten ondernemen (kan seizoensgebonden zijn) en het is mogelijk om gletsjerwandelingen te maken. In het bezoekerscentrum vind je alle informatie. Wil je langere wandeltochten maken of wil je meerdere activiteiten doen? Dan is het aan te raden om te overnachten in de buurt van het park. Kijk voor meer informatie op de website van het Nationale Park.

De populairste wandelroutes in het Nationaal Park Vatnajökull leiden je naar de Skaftafellsjökull (een gletsjertong van de grootste gletsjer van Europa, ruim 1 uur lopen) en naar de Svartifoss (1.5 uur heen en terug). Helaas liggen deze twee plekken in tegenovergestelde richting met het bezoekerscentrum precies in het midden. Als je niet heel veel tijd hebt, moet je dus keuzes maken. Hoewel de Svartifoss ons leuk leek (vooral de basaltformaties achter de waterval zijn de moeite waard zegt men), kozen we voor de wandeling naar de Skaftafellsjökull. De afgelopen dagen hebben we al veel watervallen gezien (en we gaan er nog meer zien). Een gletsjer zagen we nog maar 1 keer. Wat ook meetelde was de wandeling zelf: naar de Svartifoss moet er flink worden geklommen. De gletsjer is via een pad bereikbaar zonder dat je hoeft te stijgen en te dalen. Het waaide verschrikkelijk hard. Het wandelpad naar de gletsjer ging al snel over in erg mul zand. De wind gierde op de heenweg in ons gezicht. Gelukkig werden we beloond met een schitterend uitzicht:

Tip: wil je de Svartifoss (waterval) bezoeken en heb je weinig tijd? Sla dan niet af richting het bezoekerscentrum, maar rij rechtdoor in de richting van de waterval. Aan de rechterkant kom je dan vanzelf een parkeerplaats tegen. Vanaf hier is het een stuk korter lopen naar de Svartifoss.

Jökulsárlón gletsjermeer

Op naar het laatste hoogtepunt van vandaag: de Jökulsárlón. Dit is een prachtig ijsmeer in het zuidoosten van IJsland, vlak naast de ringweg N1.

Het ijsmeer Jökulsárlón is in feite een groot smeltwaterreservoir met daarin stukken ijs. Deze ijsschotsen zijn afkomstig van de gletsjertong Breiðamerkurjökull, wat een uitloper is van de Vatnajökull-gletsjer. De stukken ijs breken af en drijven (of smelten) via het meer in de richting van de Atlantische Oceaan.

Het was voor ons zonder twijfel 1 van de mooiste plekken van IJsland. We hadden geluk met het weer: het was helder en het zonnetje scheen. Het was een prachtig gezicht om de ijsschotsen te zien drijven op het helder blauwe water. Op de achtergrond zie je de (Breidamerkurjokull) gletsjer waar de ijsschotsen van afkomstig zijn.

De ijsschotsen worden met de wind meegedreven totdat ze de bodem van het meer raken. Ze breken en smelten totdat ze klein genoeg zijn om verder te drijven richting de rivier en afgevoerd worden naar zee. De kans is groot dat je in het meer (tussen de ijsschotsen) zeehonden ziet zwemmen. Wil je de ijsschotsen van dichtbij bekijken? Dat kan, het is mogelijk om met een boot over het meer te varen tussen de ijsschotsen. De bootjes vertrekken vanaf het bezoekerscentrum.

Het is een magische plek. De zeehonden zorgen ervoor dat je hier blijft kijken. We hadden ook alle tijd, dit was de laatste bezienswaardigheid van Zuid IJsland die we wilden zien. Een paar kilometer verderop ligt Höfn, de plek waar we de nacht gingen doorbrengen.

Tip: Als je vanaf het Nationale Park Vatnajökull komt, kun je na 50 km de auto op een klein parkeerplaatsje zetten (verderop zijn nog meer parkeerplaatsen). Aan de andere kant van de zandheuvels is het IJsmeer. Het mooie van deze plekken is dat de kans groot is dat je hier nagenoeg alleen bent.

Tips voor het bezoek van zuid IJsland:

– Trek minimaal 3 dagen uit voor zuid IJsland: 1 dag voor de Golden Circle, 1 dag voor de bezienswaardigheden tot aan Vik en nog een dag tot aan Höfn. Wil je ook de Westmaneilanden bezoeken? Trek er dan een dag extra voor uit.
– Het is mogelijk om vanuit Hofn weer terug te rijden naar Reykjavik wanneer je niet heel IJsland rond wilt, maar dat is wel een flinke afstand (ruim 400 kilometer).

Benieuwd naar de kosten van een rondreis door IJsland? Of ben je op zoek naar tips voor het reizen in IJsland? Bekijk dan ons totale blogoverzicht van IJsland.

Eén reactie

Leave a Comment